* THE NETHERLANDS * DAMAGE RECOVERY * DOSSIERS * FORTIS
  • rss
  • print

Fortis

Gelieve er rekening mee te houden dat de registraties gesloten zijn.

 

Update - 06 juni 2011


Deminor groepeert personen die belegd hebben in Fortis aandelen, met het oog op de verdediging van hun belangen. De eerste rechtszaken werden gestart in oktober 2008 en hebben geleid tot de aanstelling van een college van deskundigen met als opdracht de transacties te onderzoeken van eind september - begin oktober 2008 die resulteerden in de ontmanteling van de Fortis groep. Sindsdien heeft Deminor ook in Nederland een bodemprocedure tegen de Nederlandse Staat ingeleid met betrekking tot de overdracht van de Nederlandse activiteiten van Fortis. Deze procedure strekt er toe om de Nederlandse Staat aansprakelijk te stellen en schadevergoeding te bekomen voor de personen die Fortis aandeelhouders waren op het ogenblik van die overdracht. Tot slot heeft Deminor in januari 2010 in België een tweede bodemprocedure gestart tegen Fortis (nu ageas). Deze nieuwe procedure heeft betrekking op de communicatie van Fortis sinds het lanceren van het overnamebod op ABN AMRO tot aan de ontmanteling van de groep. Wij zijn van mening dat deze communicatie de Fortis aandeelhouders en de beleggers heeft misleid over de reële financiële situatie van Fortis tijdens deze periode. In de tekst hieronder vindt u meer informatie over onze actie.

 

Aansprakelijkheidsvordering tegen Fortis wegens misleidende informatie

 

In januari 2010 heeft Deminor de eerste grootschalige collectieve vordering ingesteld tegen Fortis voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel om schadevergoeding te bekomen voor de verliezen geleden door beleggers tengevolge van de misleidende informatie verspreid door Fortis in de periode tussen de officiële aankondiging van het overnamebod op ABN AMRO in mei 2007 en de ontmanteling van de groep in oktober 2008.

 

Na een grondige analyse van Fortis' communicatie gedurende deze periode is Deminor tot het besluit gekomen dat de informatie die door Fortis werd verspreid op meerdere doorslaggevende vlakken misleidend was, onder meer met betrekking tot de blootstelling aan subprime beleggingen, het dividendbeleid, de liquiditeit, de solvabiliteit en de gevolgen van de overname van ABN AMRO, en dat beleggers besloten hebben Fortis aandelen te kopen en/of te behouden op basis van deze informatie.

 

Sinds het inleiden van de zaak werd Deminors eigen analyse van Fortis' communicatie verschillende malen bevestigd en verstrekt, onder meer door het rapport van de Nederlandse deskundigen aangesteld door de rechtbank, dat werd gepubliceerd in juni 2010, en door de twee besluiten van de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten in februari en augustus 2010, waarbij boetes werden opgelegd aan Fortis wegens overtreding van de Nederlandse wet op het financieel toezicht.

 

De groep van beleggers rond Deminor bestaat uit 4.900 particuliere beleggers en 470 institutionele investeerders uit allerlei regio's van de wereld (inclusief Europa, Amerika en Azië). Het is daarmee de grootste en meest representatieve groep van beleggers die verliezen hebben geleden omwille van de misleidende communicatie van Fortis.

 

Aangezien de Belgische wetgeving geen specifieke collectieve vorderingsmogelijkheid (zoals een ‘class action' in de V.S.) voorziet, worden de vorderingen van de individuele aandeelhouders gebundeld in één procedure. Dit betekent dat de rechtbank één enkele zaak zal beoordelen die door alle beleggers collectief werd aangebracht. Bovendien betekent dit dat, als de rechtbank schadevergoeding zou toewijzen aan de beleggers, enkel de beleggers die deelnemen aan de vordering zullen genieten van de vergoeding.

 

Procedure tegen de Nederlandse Staat wegens misbruik van omstandigheden

 

In april 2009 heeft Deminor een rechtszaak ingeleid in Nederland tegen de Nederlandse Staat om deze aansprakelijk te doen stellen voor misbruik van omstandigheden bij het nationaliseren van de Nederlandse bank- en verzekeringsactiviteiten van Fortis.

 

Deze activiteiten werden overgedragen aan de Nederlandse Staat op 3 oktober 2008 voor een totaal bedrag van €16,8 miljard (d.i. €12,8 miljard voor de bankactiviteiten en €4 miljard voor de verzekeringsactiviteiten), evenwel zonder deze overnametransactie ter goedkeuring voor te leggen aan de aandeelhoudersvergadering zoals het Nederlands recht vereist. De Nederlandse Staat weigerde zelfs het bestuur van Fortis te betrekken in de besprekingen en onderhandelde rechtstreeks met de Belgische Staat over de voorwaarden van de overname.

 

Tegelijkertijd verhoogden de Nederlandse regering en De Nederlandsche Bank de druk door te dreigen met administratieve sancties, onder meer het onder curatele plaatsen van de Nederlandse activiteiten, indien Fortis een nationalisatie van deze activiteiten door de Nederlandse Staat niet zou aanvaarden.

 

Onze analyse heeft aangetoond dat de Nederlandse Staat klaarblijkelijk misbruik heeft gemaakt van de omstandigheden waarin Fortis zich bevond eind september-begin oktober 2008, met het doel Fortis te dwingen afstand te doen van haar Nederlandse activiteiten tegen voor de Nederlandse Staat aantrekkelijke voorwaarden.

 

De Nederlandse Staat had deels bijgedragen tot het ontstaan van deze kritieke omstandigheden door het niet naleven van haar overeenkomst met de Belgische en Luxemburgse Staten om €4 miljard bij te dragen aan Fortis Bank Nederland in overeenstemming met het reddingsplan van 27-28 september 2008 en door te dreigen met het instellen van administratieve maatregelen tegen Fortis.

 

Wat de bankactiviteiten betreft, heeft de Nederlandse Staat misbruik gemaakt van de omstandigheden zodat ze de financiële voorwaarden voor het verkrijgen van deze activiteiten zou kunnen opleggen. De verzekeringsactiviteiten daarentegen bevonden zich niet in een financieel moeilijke situatie die een overheidsingrijpen zou rechtvaardigen en Fortis wilde - en moest - deze activiteiten niet verkopen. Niettemin heeft de Nederlandse Staat Fortis verplicht tot de verkoop van haar verzekeringsactiviteiten tegen voorwaarden die de Staat zelf heeft opgelegd, met inbegrip van een overnameprijs van €4 miljard.

 

Om deze redenen heeft Deminor beslist een vordering in te leiden tegen de Nederlandse Staat teneinde schadevergoeding te bekomen voor de Fortis aandeelhouders die schade hebben geleden door het foutief handelen van de Nederlandse Staat bij de overname van de Nederlandse activiteiten van Fortis. De pleidooien met betrekking tot de aansprakelijkheid van de Nederlandse Staat hebben plaatsgevonden voor de Rechtbank Amsterdam op 29 november 2010. Tijdens deze pleidooien heeft Fortis onze beschuldiging bevestigd dat de Nederlandse Staat hen geen keuze heeft gegeven en dat zij werden verplicht om zowel de bank- als verzekeringsactiviteiten te verkopen.

 

De rechtbank van Amsterdam heeft op 18 mei 2011 de vordering van Deminor, de VEB en de aandeelhouders van Fortis verworpen. Deminor betreurt deze beslissing en beraadt zich momenteel over het eventuele vervolg dat het aan dit dossier zal geven.

 

Gerechtelijk deskundigenonderzoek

 

In oktober 2008 heeft Deminor een kortgeding ingeleid voor de Voorzitster van de Rechtbank van Koophandel te Brussel. De bedoeling hiervan was om een aantal dringende maatregelen te laten nemen op het niveau van Fortis SA/NV (de Belgische holding). Sommige van onze vorderingen werden verworpen door de Voorzitster. Ze heeft evenwel duidelijk vastgesteld dat er een zwaar gebrek aan transparantie was rond de transacties waarbij Fortis haar strategische activiteiten moest overdragen.

 

De Voorzitster heeft dan ook een gerechtelijk onderzoek bevolen en zij heeft drie deskundigen aangesteld, m.n. de heren Cats, Debodt en Smets. In het kader van hun opdracht, hebben zij de volgende transacties onderzocht:

 

- de kapitaalverhoging van Fortis Bank op 29 september 2008 waarbij de FPIM (Belgische Staat) 49,93% van Fortis Bank verwierf;
- de verkoop op 3 oktober 2008 van de Nederlandse activiteiten;
- de verkoop van 50% + 1 aandeel van Fortis Bank aan de FPIM (begin oktober 2008); en
- de doorverkoop van 75% van Fortis Bank door de FPIM aan BNP Paribas.

 

Dit onderzoek is momenteel nog steeds lopend.

 

Deminor beschouwt dit onderzoek als zeer belangrijk omdat het volledige transparantie moet verschaffen over de transacties die eind september-begin oktober 2008 plaatsvonden. Andere deskundigen hebben intussen een preliminair verslag gepubliceerd in het kader van een andere gerechtelijke procedure (dit verslag werd eind januari 2009 bekendgemaakt). Wij denken echter dat zij over onvoldoende tijd beschikten en niet voldoende afstand konden nemen van de gebeurtenissen om tot een diepgaand en kritisch onderzoek van de betreffende transacties te komen. Deminor heeft ook ernstige twijfels en vragen over de inhoud en de conclusies van dit verslag.